Mijn telefoon ging midden in de nacht af en nu vertrouw ik augurken ook niet meer
Het allerengste in het leven voor mij is wanneer je diep ligt te slapen, droomt dat je op de kop van een giraffe zit en je je afvraagt of je langs die gigantische nek naar beneden moet glijden met in beide handen volle boodschappentassen als extra handicap… en je dan ineens een krankzinnig rinkelende, compleet dronken telefoon in je oor hoort.
Op zo’n moment schiet je rechtop in je bed, compleet de stuipen op het lijf gejaagd. Geen adem meer over, half duizelig tussen de lakens, paniekerig nadenkend over wat er in hemelsnaam aan de hand is en vooral: welk niet-willen-horen-scenario die beller je gaat brengen.
Nog half slaapdronken begin ik naar mijn telefoon te zoeken, terwijl ik mezelf ondertussen verstrik in mijn eigen haar en ondertussen het oog van mijn man eruit prik.
Het kostte me een volle acht minuten (of minder) om onder de dekens te graven, onderweg hubbies teen meteen maar te kneuzen en de telefoon te vinden die inmiddels richting de onderwereld was verdwenen.
Als een complete catweazle wurm ik mezelf weer onder de dekens vandaan en druk half slapend op wat knoppen in de hoop dat ik dat stomme ding opneem.
En ja hoor… we kennen allemaal het volgende scenario: het rinkelen stopt.
WAT?! Kon je niet even wachten tot ik mijn telefoon had, idioot?! Het is midden in de nacht, hoe snel denk je dat ik ben?!
Daar zat ik dan. Net uit een wereldtour gehaald waarin ik kangoeroes had verslagen in Australië, salsa had geprobeerd te dansen in Havana en een chagrijnige leeuw in de Serengeti had overleefd… om vervolgens mijn telefoon onder de dekens vandaan te trekken en ernaar te staren als een verdwaalde pinguïn op een ballroomdanswedstrijd.
Liggend in bed begon ik, uiteraard, alle mogelijke en onmogelijke scenario’s te verzinnen. Van mijn toekomstige zelf die me waarschuwde om NOOIT de derde la in de logeerkamer te openen, tot een vervloekte voicemail personeelszaken van Area 51 en de geheime identiteit van mijn kat die me vanuit een andere dimensie probeerde te bereiken.
Mijn brein kan zoveel absurditeiten produceren dat het een complete realityshow kan draaien waarin niets logisch is, de tijd herhaalt zich elke woensdag en de enige regel is: vertrouw niemand in een ananaspak.
Na een half uur was ik volledig wakker door deze kosmische grap van het universum. Ik besloot het los te laten en weer verder te gaan met mijn droomreis, achter een vliegend iets aan dat een pot augurken op haar hoofd droeg.
Want waarom zou je nog vasthouden aan realiteit als non augurk duidelijk je nieuwe spirit guide is en vanaf nu alle problemen in je leven oplost. Met augurken. Uiteraard.
Maar omdat ik inmiddels té wakker was, besloot ik nog één keer in mijn recente oproepen te kijken. Want eerder scrolde ik waarschijnlijk met mijn oogleden.
En toen viel het kwartje.
Het mysterieuze nummer was geen geest, geen verdwaalde alien en geen tijdreizende telemarketeer…
Het was mijn man.
Ja. De man die al 37 jaar in mijn huis woont. Dezelfde die vroeger de meest irritante jongen van de klas was. Dezelfde die nog steeds alles beter weet. En die het voor elkaar krijgt om zijn sleutels gemiddeld 17 keer per dag kwijt te raken, zelfs in zijn eigen broekzak.
Ik heb geen idee hoe dit gebeurd is, maar terwijl hij naast mij lag te slapen, heeft hij somehow zijn telefoon ontgrendeld, Face ID omzeild, mijn naam in zijn contacten gevonden en mij gebeld.
In zijn slaap.
Big eyes hier. En nog grotere hier.
Wat betekent dat er maar twee opties zijn:
1. Hij is stiekem een slaapwandelende tech wizard.
2. Of ik woon al 37 jaar met een snurkende telepathische hacker.
Hoe dan ook: ik werd wakker van mijn eigen telefoon… gebeld door de man die naast me lag te slapen.
Sindsdien vertrouw ik de realiteit niet meer zo ontzettend erg…
Voor ‘t geval je zou willen weten hoe non augurk eruit zou zien. GPT is bevriend met haar:




