Ik begin zo langzamerhand te vermoeden dat wasgoed eigenlijk onuitroeibaar is
Ik begin zo langzamerhand te vermoeden dat wasgoed eigenlijk onuitroeibaar is.
Ik heb hier natuurlijk niet echt wetenschappelijk bewijs voor. En ik heb er ook geen onderzoek naar gedaan.
Maar ik woon inmiddels 60 jaar tussen textiel en ik denk dat ik voldoende praktijkervaring heb om hier totaal nutteloze ongefundeerde conclusies aan te verbinden.
Wasgoed verdwijnt namelijk nooit.
Echt niet!
Dat dénk je.
Je stopt het in de wasmachine.
Machine draait.
Was komt eruit.
Je hangt het op.
Je haalt het eraf.
Je vouwt het op.
Je legt het in de kast.
Klaar.
Jaaaaaja.
Nee.
Want terwijl jij dat staat te doen, is er ergens anders in huis alweer nieuw wasgoed ontstaan.
Niemand heeft gezien hoe.
Er ligt ineens een verdwaalde sok.
Er hangt zomaar een handdoek over een lamp.
Op een stoel ligt een kledingstuk waarvan niemand precies weet of het schoon of vies is, waardoor het voorlopig een onafhankelijke status heeft gekregen.
En in de wasmand heeft zich ondertussen opnieuw een kleine textielgemeenschap gevestigd.
Ik vind dat verdacht.
Legeens uit waarom je wasgoed nooit daadwerkelijk ooit een keer op gaat.
Je kunt de wasmand helemaal leeg hebben.
HELEMAAL.
Dat is dan een zeldzaam moment dat ongeveer drie minuten duurt.
Je kijkt erin.
Leeg.
Dan draai je je om.
En daar ligt alweer een onderbroek.
HOE DAN.
Wie heeft die daar neergelegd?
Waar komt die vandaan?
Was die er net ook al?
Heeft iemand zich razendsnel uitgekleed?
Worden ze ergens geproduceerd?
Ik sluit inmiddels niet uit dat wasgoed zich voortplant.
Misschien ’s nachts.
Dat twee sokken elkaar ergens achter de wasmand ontmoeten en denken: zullen we anders een handdoek beginnen?
Dat zou ook verklaren waarom je altijd meer was hebt dan kleding waarvan je je kunt herinneren dat iemand die daadwerkelijk gedragen heeft.
En sokken zijn sowieso een apart dossier.
Je stopt er twee in de wasmachine.
Er komt er één uit.
Dat zou natuurkundig niet mogelijk moeten zijn.
Een wasmachine is namelijk geen grensovergang.
Er zit geen achterdeur in.
Toch verdwijnen er sokken.
Maar tegelijkertijd verschijnen er soms sokken die niemand kent.
Dus ergens moet sprake zijn van een internationaal sokkenuitwisselingsprogramma waar wij niet over geïnformeerd zijn.
Misschien draait er ondergronds een compleet netwerk.
Geen idee.
Ik stel alleen vragen.
Handdoeken zijn trouwens nog erger.
Je kunt op maandag alle handdoeken wassen en dan op dinsdag belachelijkgenoeg weer ontdekken dat er opnieuw een hoeveelheid nat textiel door het huis hangt alsof je hebt lopen slaapwandelen en….nouja….blijkbaar dan de was hebt lopen doen…
Klinkt obsessief wel eigenlijk.
En beddengoed.
Daar wil ik eigenlijk niet eens over praten.
Dat is geen wasgoed.
Dat is een project.
Een dekbedovertrek opvouwen is sowieso geen huishoudelijke taak maar een fysieke confrontatie tussen mens en stuk stof.
Je begint met goede moed.
Vijf minuten later sta je IN het dekbedovertrek.
Hoe?
Geen idee.
Maar je staat erin.
Uiteindelijk prop je het opgevouwen-achtig in de kast en besluit je dat dit maatschappelijk gezien wel weer voldoende is.
En dan heb je dus alles gewassen.
Alles gedroogd.
Alles opgevouwen.
Alles opgeborgen.
Je loopt tevreden door het huis.
Tot je ergens een wasmand ziet.
Vol.
WEER.
Ik weet echt niet hoe, wat, wie, waar, maar vooral: waarom toch?!
Mijn huidige theorie is daarom als volgt:
Wasgoed kan niet worden vernietigd.
Het kan uitsluitend tijdelijk worden verplaatst.
Van lichaam naar vloer.
Van vloer naar wasmand.
Van wasmand naar machine.
Van machine naar droogrek.
Van droogrek naar stoel omdat je even geen zin hebt.
Van stoel naar kast.
Van kast naar lichaam.
En dan begint het hele circus opnieuw.
Wij wassen dus helemaal geen was.
Wij beheren een circulair textielsysteem waar we zonder toestemming levenslang aan vastzitten.
Wat denkt dat hele gestoorde wassysteem welniet. Dat ik daar de godganse dag de tijd voor heb.
Nee dus.


